Geschreven tijdens een tocht van 8 dagen, lopend van monding naar bron van Roer.
De vraag die meeliep. Is aan het eind van 8 dagen met de Roer lopen de relatie zodanig veranderd dat ik Roer zeg zonder dat dat raar voelt?
Het is een tekst in 7 delen:
- Een reis tegen de stroom in.
- Tussen bron en overgave.
- Leven langs de oevers.
- De menselijke ingreep.
- Wat echoot ervan in mij.
- Wat als er wel relatie is.
- Van de Roer tot Roer.
Een reis tegen de stroom in.
Terwijl jij stroomt naar Maas,
loop ik naar waar jij begint.
Van monding tot bron, van mens tot rivier —
ik volg jouw lengte, voel je energie, hoor je.
Voel soms je frisse, heldere water op mijn huid.
Ik mis je als je verder weg bent.
Ik loop zo liefdevol mogelijk.
Ogen die jou en het landschap strelen.
Neus die jouw specifieke geur opsnuift.
Open oren voor alle stemmen en stemmingen.
Huid die zich laat strelen.
Voeten die met aandacht de aarde raken.
Ik ervaar je schoonheid– zonder opsmuk –
precies goed zoals je bent,
Als getuige, als leerling.
En terwijl ik slaap onderweg,
ga jij onverstoorbaar door,
de andere kant op.
Tussen bron en overgave.
Je lijkt uit het niets te ontstaan,
in een beschermde omgeving in de Hoge Venen.
Ik mag daar niet komen.
Als beginnende rivier ben je de hele tijd te horen.
Je klatert en murmelt,
beweegt met mooie vormen om stenen heen.
In de stuwmeren ben je productief.
Drinkwater wordt aan je onttrokken.
Boten klieven door je huid.
Het varen pleziert mensen.
Na de meren glijd je stil door het landschap,
Door de rust aan de oppervlakte is je stroming bijna onzichtbaar,
Alleen wie goed oplet, ziet hoe snel je gaat.
Wind rimpelt je huid,
zoals hij mijn haren en jurk laat opwaaien.
Weerstand, vaak door mensen gemaakt,
doet je af en toe kort klateren.
Het is trouwens een echo van de beginnende rivier.
Zou het daarom zo aantrekkelijk klinken?
Om uiteindelijk geruisloos op te gaan in een groter geheel: Maas.
Het voelt als een mensenleven.
Zo verschillend zijn we niet.
Leven langs de oevers.
Je ligt stevig ingebed in het landschap, bijna ongenaakbaar.
Vooral je eigen beweging verlegt door de tijd je bedding.
Ik zie een levendige gemeenschap
die zich vasthoudt aan jouw oevers.
Soms een streepje land,
soms een feeërieke wereld.
Wilg, Beuk, Populier, Spar, Hazelaar, Braam en Brandnetel —
ze zijn met velen.
Eend, Zwaan, IJsvogel, Libel, Zwaluw, Aalscholver, Gans, Reiger —
ze bewegen om je heen,
omdat jouw wereld hen voedt.
Zovelen heb ik nog niet genoemd bij naam.
Als beginnende Roer is je gemeenschap trouwens veel groter dan aan het einde.
Daar in het begin onttrekt de gemeenschap je vaak aan het zicht.
Terwijl het voelt alsof jij je onderweg geregeld onttrekt
aan de ogen van de onverschilligen.
Fijn dat ik deel mocht zijn van jullie wereld.
De menselijke ingreep.
Ik verbaas me over hoeveel macht wij mensen op jou uitoefenen.
Als we te veel water hebben,omdat we alles verhard hebben,
dumpen we het in jou.
Daarvoor slaan we gaten in je bedding.
Als we te weinig hebben,
omdat we het lieten wegvloeien naar zee,
trekken we jou leeg met slangen
die we ongevraagd in je steken.
Als je tempo ons niet bevalt,
of omdat we je nodig hebben als drinkwater,
houden we je tegen in stuwmeren.
Onder bruggen, waar het boven jou dendert,
voel ik hoe het je huid raakt.
De harde geluiden van mensenmotoren snerpen geregeld langs de waterkant.
Ik voel hoe wij je niet alleen vervuilen met afval, ook met geluid.
Op de bruggen daarentegen lijken wij mensen heel onverschillig
voor wie eronder leeft.
Wat echoot ervan in mij.
Je beginnende rivier voedde het kind in mij.
Je geklater overstemde mijn gedachten, onrust die rustig maakt.
Ik vocht een tijd tegen de wilde natuur aan je zijde en genoot er daarna van.
Het productieve deel voelt pijnlijk liefdeloos.
De rustige rivier versterkt mijn rust.
De verloren stem stemt me droevig.
Allemaal emoties die ik bij jou amper voel.
Jij stroomt of rust in de meren.
Wat als er wel relatie is?
Roer, ik ben niet gescheiden van jou.
Jij bent mij en ik ben jou.
Wat ik in jou zie, gaat ook over mij.
Als ik bij je adem,
voel ik voorzichtig een relatie groeien.
Als ik bloemen breng —
met verontschuldigingen en dankbaarheid —
meen ik dat dat onze band versterkt.
Als ik stenen verleg zodat jij makkelijker kunt stromen,
is dat mijn wederdienst voor alles wat jij deze dagen voor me deed.
Als ik water drink,
ben ik je dankbaar.
Als ik een druppel van je proef bij de bron,
is dat een heilig moment.
Als vriendin gun ik je
meer met jou dan over jou
meer vrijheid,
meer dankbaarheid,
meer zeggenschap over je eigen lichaam
en bredere gemeenschappen om je heen.
Van de Roer naar Roer.
Roer,
Van jouw monding tot jouw bron was ik er.
Ik voelde je kracht en je ongemak.
Voel de emoties die jij in mij wakker maakt.
Ik was verdrietig en genoot.
Ik draag je verhaal vanaf nu met me mee.
Jij bent niet alleen water.
Jij bent leven.
Jij bent leraar.
Jij bent niet de Roer.
Jij ben Roer.