Onkruid

Als kind was het mij duidelijk.  

Er is bos. Daar mag bijna alles. Je klimt er in je lievelingseik. Je sjouwt er met geurend hout voor de hut. Een enkele keer neem je de schup mee om een gat te graven. Of je doet er niks, liggend in het lange kriebelgras langs de geurende felgele brem.  

Er is tuin. Daar zit je in, speel je op het gras of in het badje. Als het seizoen daar is maak je een ketting van madeliefjes. 

Er is dierentuin, daar raap je eitjes, rent weg voor verontwaardigde kippen en eenden, aait Moederpoes, zoekt de steeds ontsnappende hond Brutus en voert Rex, de pikzwarte pony.  

En er is moestuin. Daar moet je uit de buurt blijven. Daar komt werk uit. Opdrachten zoals het rangen van een emmer rode besjes of het peulen van een tafelberg heldergroene erwten met af en toe een vette witte made erin.  

Wat dit te maken heeft met onkruid eten? 

Nou, het legt een beetje uit hoe ik planten heb leren onderverdelen.  

Wat in de moestuin staat is veilig en smakelijk eten. Geen sperziebonen zijn zo lekker als die uit den hof van os mama. 

Wat in de tuin staat is mooi.  

En de rest is onkruid: lekker eten voor de pony en kippen, materiaal om hutten mee te bouwen of een ondergrond voor niksen. 

De logische gevolgtrekking: 

ik eet alleen wat in de moestuin staat

onkruid eet ik niet 

dus onkruid hoort niet in de moestuin. Feit.

Echt nooit onkruid of mooie planten gegeten? 

Toch wel.  

Met Moe de straatgrootmoeder plukten we jonge scheuten van paardenbloemen en bakten de spannendste pannenkoeken ooit. Ik pluk af en toe voorzichtig wat dingen in de tuin om thee van te maken. 5 geurende viooltjes belanden bovenop de pasta met witte saus en spruiten. Gewoon omdat het er leuk uitziet. Bij de omelet met brandnetel kook ik de brandnetel veel te lang om zeker te zijn dat de brand eraf is. 

Een beetje spelen met onkruid maakt je geen overtuigde onkruid-eter. 

Wat was er dan dit keer anders? 

Ik vraag het me ook af.  

Ik had zin om een lekkere boterham ook mooi te maken. De viooltjes zijn uitgebloeid en de kleur geel ontbreekt op mijn regenboogbrood. Marianne had me recent verzekerd dat je ook de paardenbloemen veilig kan eten. Zo kwamen de felgele sliertjes paardenbloem op mijn brood terecht. 

Toen ik mijn regenboog online deelde kwam er een uitprobeertip:  paardenbloemengelei.  

Ik had wel zin in natuur voelen en ging aan de slag.  Boodschappen doen gaat ook in  coronatijden tamelijk snel. Vervolgens 100 bloemen plukken. Nooit gedacht dat ik die in 10 minuten bij elkaar zou hebben en dat er dan nog bloemen over zouden zijn in de tuin.  Helemaal zeker weet ik nog steeds niet of dat groen aan de onderkant van de bloem er perse af moet. Ik pulk het er wel af want dan voel en zie ik keer op keer de prachtige structuur van de bloem.  Nog wat koken, zeven en ander gedoe. Twee uur na het besluit om te gaan maken staan er potjes paardenbloemsap op het aanrecht. 

Sap, je ging toch gelei maken?  

Voor gelei is geleisuiker nodig. Die is gemaakt van dierenspul. Ook al ben ik geen 100% veganist, ik  heb mezelf beloofd om alle nieuwe kookdingen vegan te doen. 

Sap van onkruid uit de tuin dus. (Receptlink)

Hoort onkruid nu wel in de tuin? 

Nagenietend van het doen en het resultaat komt het inzicht. Een voedselbos, mijn hoogste ideaal in ecologisch tuinieren, is niet alleen een bos dat je aanlegt zodat je er veel van kan eten. Het is voor mij spannender dan dat. Het is eten wat er al in het bos staat. Onkruid eten dus. En dan hoort onkruid dus wel in de tuin. Dan blijven de paardebloemen niet per ongeluk maar express staan. En dat feit druist in tegen alles wat ik geleerd heb over goed tuinierschap. 

Onkruid

Wat ik nu ga doen met deze wijsheid? 

Ik weet het nog niet. De extraverte paardebloemen zijn bijna uitgebloeid. De volgende uitdaging in de tuin is kattenstaart (Heermoes). Het groeit overal en vertelt dat mijn grond te weinig mineralen heeft. De kattenstaart haalt die mineralen vanuit de diepte naar boven lees ik bij de deskundigen. 

Uitroeien of laten staan en eten? 

Hebben jullie nog tips en weetjes?

Ilse Meelberghs

Deze blogpost gaat over het opruimen van een hindernis op de route naar duurzamer eten = Moment huppelen

Deze post verscheen in de mei 2020-nieuwsbrief van Op een blaadje. Marianne heeft nog veel meer kennis en kunde om de wilde natuur weer in je leven en op tafel te krijgen.

Laat een bericht achter

Jouw email adres zal niet getoond worden.Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Alvast bedankt voor je reactie.